De WADA-verbodslijst 2026 is sinds 1 januari 2026 van kracht. Voor onderzoekspeptiden is vooral klasse S0 bepalend: die verbiedt elke farmacologische stof zonder markttoelating, ook als de stof zelf nergens met naam wordt genoemd.
- Te allen tijde: S0 tot en met S5 en de methoden M1 tot M3 gelden binnen én buiten wedstrijdverband.
- S0 is een vangnet: geen goedkeuring van een geneesmiddelenautoriteit betekent verboden — BPC-157 is het bekendste voorbeeld.
- Gemonitord, niet verboden: semaglutide en tirzepatide staan op het monitoringprogramma 2026, niet op de verbodslijst.
- Nieuw in 2026: methode M1.4 verbiedt niet-diagnostisch gebruik van koolmonoxide.
Waar gaat dit over?
Vrijwel elk onderzoekspeptide dat je in deze kennisbank tegenkomt, is voor sporters verboden. Niet omdat elk peptide met naam op de WADA-verbodslijst staat, maar omdat klasse S0 een vangnet is: elke farmacologische stof zonder humane geneesmiddelenregistratie valt eronder. Stoffen die alleen als onderzoekschemicalie te koop zijn, hebben die registratie per definitie niet. Deze pagina legt uit welke klassen van de verbodslijst 2026 peptiden raken, waar de uitzonderingen zitten, en hoe je een stof zelf controleert.
De verbodslijst 2026 in één oogopslag
De WADA-verbodslijst is een internationale standaard onder de Wereldantidopingcode. De versie 2026 is van kracht sinds 1 januari 2026 en wordt jaarlijks herzien. De lijst kent twee blokken. Het eerste blok geldt te allen tijde, dus ook buiten wedstrijdverband en in de trainingsperiode: de stofklassen S0 tot en met S5 en de methoden M1 tot en met M3. Het tweede blok geldt alleen tijdens wedstrijden: S6 tot en met S9 en P1.
Alle klassen die peptiden, peptidehormonen en groeifactoren raken, zitten in het eerste blok. Voor peptiden geldt dus: verboden is het hele jaar door verboden, ook in de voorbereiding.
S0: de vangnetklasse die de meeste onderzoekspeptiden raakt
Klasse S0 dekt elke farmacologische stof die niet elders op de lijst wordt genoemd en die op dit moment door geen enkele overheidsinstantie is goedgekeurd voor humaan therapeutisch gebruik. Denk aan stoffen in preklinisch onderzoek, stoffen in lopende klinische studies, en stoffen waarvan de ontwikkeling is gestaakt. WADA noemt BPC-157 zelf als voorbeeld bij S0.
Twee gevolgen worden vaak gemist. Ten eerste: “staat niet met naam op de lijst” betekent niet “niet verboden”. Ontbreekt de registratie, dan is S0 van toepassing, ook zonder vermelding. Ten tweede werkt het ook de andere kant op: een handelsvergunning in één land is genoeg om S0 níet te laten gelden. Elamipretide (SS-31) kreeg in 2025 in de Verenigde Staten een handelsvergunning en valt daardoor niet langer onder S0. Zulke statussen kunnen dus van jaar tot jaar verschuiven.
Wat betekent “te allen tijde”? Dat de stof ook buiten wedstrijdverband verboden is: in de voorbereiding, in een trainingsperiode en buiten het seizoen. Alleen de klassen S6 tot S9 en P1 gelden uitsluitend binnen wedstrijdverband.
De klassen die onderzoekspeptiden raken
Onderstaande tabel vat de klassen samen waar onderzoekspeptiden in de praktijk onder vallen. Alle genoemde klassen gelden te allen tijde: er is geen onderscheid tussen binnen en buiten wedstrijdverband.
| Klasse | Wat de klasse omvat | Voorbeelden uit deze categorie |
|---|---|---|
| S0 | Niet-goedgekeurde stoffen — het vangnet | BPC-157 |
| S1.2 | Overige anabole middelen, waaronder SARM’s | enobosarm (ostarine), LGD-4033, RAD140, YK-11, S-23, clenbuterol |
| S2.1 | Erytropoëtines en middelen die de erytropoëse beïnvloeden | EPO, CERA, roxadustat, luspatercept, asialo-EPO, gecarbamyleerd EPO |
| S2.2.1 | Testosteronstimulerende peptiden, bij mannen | hCG, LH, gonadoreline (GnRH), kisspeptine |
| S2.2.2 | Corticotropines en hun releasing factors | corticoreline, tetracosactide |
| S2.2.3 | Groeihormoon, analoga en fragmenten | groeihormoon, somapacitan, somatrogon, AOD-9604, hGH 176-191 |
| S2.2.4 | Groeihormoon-releasing factors | CJC-1293, CJC-1295, sermoreline, tesamoreline, ipamoreline, hexareline (examoreline), GHRP-1 tot GHRP-6, ibutamoren (MK-677), anamoreline |
| S2.3 | Groeifactoren en groeifactormodulatoren | IGF-1 (mecasermine), mechano growth factors, thymosine-β4 (TB-500), VEGF, PDGF, FGF, HGF |
| S4.1 | Aromatase-inhibitoren | anastrozol, letrozol, exemestaan, formestaan |
| S4.2 | Anti-oestrogene stoffen | clomifeen, tamoxifen, raloxifeen, toremifeen |
| S4.3 | Middelen die activering van activine-receptor IIB voorkomen | follistatine, myostatine-propeptide, ACE-031, bimagrumab, apitegromab |
| S4.4 | Metabole modulatoren | AICAR, MOTS-c, BAM15, GW1516 (GW501516), SR9009, insulines en insuline-mimetica, meldonium, trimetazidine |
| S5 | Diuretica en maskerende middelen | desmopressine, probenecide, hydrochloorthiazide, spironolacton |
GLP-1-agonisten: gemonitord, niet verboden
Semaglutide en tirzepatide staan niet op de verbodslijst 2026. Ze staan sinds 2024 op het WADA-monitoringprogramma: WADA verzamelt geanonimiseerd gegevens over het gebruik, in en buiten wedstrijdverband, om misbruikpatronen in beeld te krijgen. Een stof op het monitoringprogramma is dus niet verboden — maar de verbodslijst wordt jaarlijks herzien, en het monitoringprogramma is doorgaans de voorkamer.
Let op het verschil met de nieuwere incretine-peptiden. Retatrutide, cagrilintide en survodutide hebben nergens een handelsvergunning. Ze staan niet met naam op de verbodslijst, maar vallen daardoor juist wél onder S0. Liraglutide is wél geregistreerd en staat niet op de lijst.
Wat is er veranderd in de 2026-versie?
WADA noemt voor 2026 vooral verduidelijkingen. Bij S1 (anabole middelen), S2 (peptidehormonen en groeifactoren), S4 (hormoon- en metabole modulatoren) en S6 (stimulantia) is de omschrijving aangescherpt, zodat sporters en hun begeleiders makkelijker kunnen zien wat eronder valt. Verder is het niet-diagnostische gebruik van koolmonoxide toegevoegd als nieuwe verboden methode M1.4, en zijn celcomponenten toegevoegd aan het bestaande verbod op celgebruik. Daarnaast is het doseringsinterval van salmeterol aangepast en zijn de uitwasperiodes voor glucocorticoïden verduidelijkt.
Monitoring is geen verbod. WADA volgt het gebruikspatroon van een gemonitorde stof om te beoordelen of die in een volgende jaargang op de lijst moet. Een bevinding levert op zichzelf geen overtreding op.
Vijf misvattingen die vaak voorbijkomen
- Niet op de lijst betekent niet verboden. Onjuist: S0 vangt elke niet-geregistreerde farmacologische stof op, ook zonder vermelding.
- TB-500 en thymosine alfa-1 zijn hetzelfde. Onjuist: thymosine-β4 (TB-500) staat met naam in S2.3. Thymosine alfa-1 staat niet op de lijst en heeft in meerdere landen een handelsvergunning.
- Melanotan is één stof. Onjuist: afamelanotide (melanotan I) is geregistreerd; melanotan II is dat niet en valt daarmee onder S0.
- Een fragment telt niet mee. Onjuist: een fragment van een niet-geregistreerde stof is zelf ook niet geregistreerd. En hGH 176-191 en AOD-9604 staan bovendien met naam in S2.2.3.
- Alleen wedstrijdsporters hoeven op te letten. Onjuist: de peptideklassen zijn te allen tijde verboden, dus ook buiten het seizoen en buiten wedstrijdverband.
Hoe controleer je een stof zelf?
Drie bronnen, in deze volgorde. Ten eerste de verbodslijst zelf, gepubliceerd door WADA. Ten tweede Global DRO, dat merknamen en toedieningsvormen opzoekt — houd er rekening mee dat Global DRO geregistreerde geneesmiddelen dekt en geen onderzoekschemicaliën. Ten derde je nationale antidopingorganisatie, in Nederland de Dopingautoriteit, voor bindend advies en voor een dispensatie. Een dispensatie (TUE) vraag je vóór gebruik aan, met medische onderbouwing.
Wat dit betekent voor onderzoek bij Peplife
Peplife levert uitsluitend voor laboratoriumonderzoek (Research Use Only). De producten zijn niet bestemd voor gebruik door mensen of dieren, en dus ook niet voor sport. Op elke productpagina staat de WADA-status van de betreffende stof, met de klasse waar die van toepassing is. Die vermelding is informatief: de verbodslijst zelf en je antidopingorganisatie zijn leidend.
Laatst gecontroleerd tegen de WADA-verbodslijst 2026 (van kracht 1 januari 2026) en het WADA-monitoringprogramma 2026.
Gerelateerd onderzoek · RUO
- Peptiden kopen in Europa: RUO, wetgeving en waar je op let — het juridische kader naast de dopingregels
- BPC-157 onderzoek — het bekendste S0-voorbeeld, in begrijpelijke taal
- TB-500 onderzoek: thymosine bèta-4 — de stof achter klasse S2.3
- Retatrutide vs Tirzepatide vs Semaglutide — waarom de één gemonitord is en de ander niet
- Groeihormoon-peptiden: het overzicht van de GH-as — de klasse met de meeste vermeldingen
- FDA en peptiden: wat er echt speelt (2026) — waarom markttoelating het scharnierpunt is
Veelgestelde vragen
Staat BPC-157 op de WADA-verbodslijst?
Ja. BPC-157 wordt in de verbodslijst 2026 met naam genoemd als voorbeeld onder S0, de klasse voor niet-goedgekeurde stoffen. De reden is dat er nergens ter wereld een goedkeuring is van een geneesmiddelenautoriteit voor therapeutisch gebruik bij mensen. S0 geldt te allen tijde, dus ook buiten wedstrijdverband.
Is semaglutide of tirzepatide doping?
Nee. Beide staan sinds 2024 op het WADA-monitoringprogramma en niet op de verbodslijst 2026. Nieuwere stoffen uit dezelfde familie die nog geen markttoelating hebben — zoals retatrutide, cagrilintide en survodutide — vallen wél onder S0, precies vanwege dat ontbreken van toelating.
Is TB-500 (thymosine bèta-4) verboden?
Ja, onder S2.3: groeifactoren en groeifactormodulatoren. Let op het verschil met thymosine alfa-1, dat niet met naam op de lijst van 2026 staat.
Geldt een verbod ook buiten wedstrijden?
Voor alle klassen die onderzoekspeptiden raken: ja. S0 tot en met S5 en de methoden M1 tot M3 gelden te allen tijde. Alleen de klassen S6 tot S9 en P1 zijn beperkt tot wedstrijdverband.
Wat als een stof niet op de lijst staat?
Dan is die niet automatisch toegestaan. S0 werkt als vangnet: elke farmacologische stof die in geen andere klasse valt en die geen goedkeuring heeft van een geneesmiddelenautoriteit voor therapeutisch gebruik bij mensen, is verboden. De meeste onderzoekspeptiden vallen precies in die categorie.
Kan een sporter een dispensatie (TUE) krijgen?
Voor een stof zonder enige markttoelating is dat in de praktijk vrijwel uitgesloten, omdat een dispensatie een medische indicatie en een erkend behandelplan vereist. Een aanvraag loopt altijd via de nationale antidopingorganisatie of de internationale federatie.
Disclaimer
Dit artikel bespreekt wetenschappelijk onderzoek en is uitsluitend informatief. De genoemde stoffen worden door Peplife uitsluitend geleverd als Research Use Only (RUO) voor laboratoriumonderzoek. Niets hierin is medisch, diagnostisch of doseringsadvies. Genoemde geneesmiddelen worden alleen aangehaald om gepubliceerd onderzoek te bespreken.