Onderzoekscontext (RUO): CJC-1295 met DAC en CJC-1295 zonder DAC (mod GRF 1-29) zijn synthetische analogen van groeihormoon-releasing hormoon (GHRH). Beide peptiden worden bij Peplife uitsluitend geleverd voor in-vitro laboratoriumonderzoek (Research Use Only) en zijn niet bestemd voor menselijk of dierlijk gebruik.
CJC-1295 met DAC vs zonder DAC: het verschil uitgelegd
De vergelijking CJC-1295 met DAC vs zonder DAC is een van de meest gestelde vragen in het GHRH-onderzoek. Chemisch delen beide varianten dezelfde kern: een gemodificeerd fragment van de eerste 29 aminozuren van humaan groeihormoon-releasing hormoon. Het verschil zit in een enkele toevoeging aan de C-terminus, het drug affinity complex, en die toevoeging verlengt de halfwaardetijd van ongeveer een half uur naar meerdere dagen. Daarmee verandert niet alleen de farmacokinetiek, maar ook het type onderzoeksmodel waarin de stof zinvol te gebruiken is. Deze pijler zet beide varianten naast elkaar, uitsluitend vanuit onderzoeksperspectief.
De kern: een gedeelde peptidebasis, twee halfwaardetijden
Natief GHRH(1-29) wordt in plasma binnen enkele minuten afgebroken door dipeptidylpeptidase-4, dat het peptide aan de N-terminus knipt. In beide CJC-varianten is die knipplaats beschermd door vier aminozuursubstituties: D-alanine op positie 2, glutamine op positie 8, alanine op positie 15 en leucine op positie 27. Die gemodificeerde basis staat in de literatuur bekend als mod GRF (1-29) en wordt in de handel aangeboden als CJC-1295 zonder DAC. De halfwaardetijd stijgt daarmee van enkele minuten naar ongeveer dertig minuten: lang genoeg voor een meetbare, scherp afgebakende GH-piek, te kort om de plasmaspiegel langdurig te verhogen.
Wat het drug affinity complex precies doet
CJC-1295 met DAC draagt aan de C-terminus een maleimidopropionylgroep. Die groep vormt na toediening een covalente binding met cysteine-34 van albumine, het meest voorkomende eiwit in bloedplasma. Het peptide reist daarna mee met zijn drager en ontsnapt zo zowel aan renale filtratie als aan enzymatische afbraak. In de studie van Teichman en collega’s uit 2006 werd bij gezonde volwassenen na een enkele dosis een halfwaardetijd van 5,8 tot 8,1 dagen gemeten. De groeihormoonspiegel bleef ongeveer zes dagen verhoogd en de IGF-1-spiegel negen tot elf dagen. Zonder DAC is dat effect binnen enkele uren volledig uitgedoofd.
Pulsatiel versus continu: waarom het onderzoeksmodel verschilt
Groeihormoon komt fysiologisch in pulsen vrij, met de grootste piek tijdens de diepe slaap. Een kortwerkend GHRH-analoog bootst dat patroon na: elke toediening geeft een afgebakende puls, waarna de spiegel terugvalt naar de uitgangswaarde. Dat maakt mod GRF (1-29) geschikt voor modellen waarin de amplitude en het herstel van een enkele puls worden gemeten. CJC-1295 met DAC verhoogt daarentegen de basislijn gedurende dagen. Interessant genoeg lieten Ionescu en Frohman in 2006 zien dat de pulsatiliteit daarbij niet verdwijnt: onder continue GHRH-stimulatie bleven de pulsen bestaan, maar bovenop een verhoogde basisspiegel. Voor onderzoek naar chronische blootstelling is dat een wezenlijk ander uitgangspunt dan een reeks losse pieken.
De twee varianten naast elkaar
| Kenmerk | CJC-1295 met DAC | CJC-1295 zonder DAC |
|---|---|---|
| Alternatieve naam | CJC-1295 DAC, GRF 1-29 met DAC | Mod GRF (1-29), CJC-1295 no-DAC |
| Extra chemische groep | Maleimidopropionyl aan de C-terminus | Geen |
| Bindt aan albumine | Ja, covalent aan cysteine-34 | Nee |
| Halfwaardetijd | 5,8 tot 8,1 dagen | Ongeveer dertig minuten |
| Effect op GH-profiel | Verhoogde basislijn, pulsatiliteit blijft | Afgebakende puls per toediening |
| Frequentie in studies | Een tot twee keer per week | Meerdere keren per dag |
| Meest gebruikt in | Modellen voor chronische GHRH-blootstelling | Modellen voor pulsamplitude en receptorherstel |
Doseerfrequentie in gepubliceerd onderzoek
Het frequentieverschil volgt rechtstreeks uit de farmacokinetiek. Studies met de DAC-variant werken met een toediening per week of per twee weken, omdat de stof zelf de blootstelling verlengt. Onderzoek met mod GRF (1-29) gebruikt juist meerdere toedieningen per etmaal, vaak rond natuurlijke pulsmomenten, om het endogene ritme te volgen in plaats van te overschrijven. Wie beide varianten in hetzelfde protocol vergelijkt, moet daarom niet de dosis per toediening gelijkstellen, maar de totale blootstelling over de tijd.
Combinatie met een GH-secretagoog in onderzoeksmodellen
GHRH-analogen en ghreline-mimetica zoals ipamorelin grijpen op verschillende receptoren aan en worden daarom in veel modellen samen onderzocht. Omdat mod GRF (1-29) en ipamorelin een vergelijkbaar kort tijdvenster hebben, vallen hun pieken samen wanneer ze gelijktijdig worden toegediend. Bij de DAC-variant loopt dat anders: de GHRH-component blijft dagenlang aanwezig, terwijl de secretagoog kortwerkend is. Welke van beide combinaties past, hangt volledig af van de vraagstelling. In de vergelijking ipamorelin vs CJC-1295 vs sermorelin staan die routes uitgebreider naast elkaar.
Welke variant past bij welk onderzoeksdoel
Voor kortlopende in-vitro experimenten waarin de directe respons van de hypofyse op een GHRH-signaal centraal staat, voegt een albuminebinder niets toe: de langere halfwaardetijd is dan alleen maar een storende variabele. Omgekeerd is een kortwerkend analoog onpraktisch in modellen die weken beslaan, omdat de blootstelling dan onmogelijk stabiel te houden is. Dat is ook de reden waarom tesamorelin en sermorelin, met hun eigen halfwaardetijden, in weer andere onderzoeksopzetten terugkomen.
CJC-1295 in laboratoriumonderzoek: hanteren en oplossen
Beide varianten worden geleverd als gevriesdroogd poeder en zijn in die vorm langdurig stabiel bij min twintig graden Celsius. Na reconstitutie met bacteriostatisch water hoort de oplossing gekoeld en donker bewaard te worden. Omdat de DAC-variant zijn werking ontleent aan een reactieve maleimidegroep, is herhaald opwarmen en afkoelen daar extra ongewenst. De reconstitutiehandleiding beschrijft de rekenstappen en de praktijk rond aanmaken en bewaren.
Kwaliteit & zuiverheid
Juist bij twee peptiden die op de analysebon bijna identiek ogen, is identiteitscontrole essentieel: het verschil tussen de varianten is een enkele modificatie aan het uiteinde van de keten. Elke relevante batch wordt onafhankelijk HPLC-getest door een extern laboratoriumen het analysecertificaat is per batch publiek verifieerbaar, zodat het onderzoeksmateriaal aantoonbaar overeenkomt met het gespecificeerde peptide. In de pijler waarom wij een batch afkeurden lees je hoe dat proces in de praktijk werkt.
Veelgestelde vragen over CJC-1295 met en zonder DAC
Wat betekent DAC bij CJC-1295?
DAC staat voor drug affinity complex: een maleimidopropionylgroep die na toediening covalent aan albumine bindt en het peptide daarmee dagenlang in de circulatie houdt.
Is CJC-1295 zonder DAC hetzelfde als mod GRF 1-29?
Ja. Beide namen verwijzen naar hetzelfde viervoudig gesubstitueerde GHRH(1-29)-fragment; mod GRF (1-29) is de gebruikelijke term in de wetenschappelijke literatuur.
Waarom verschilt de doseerfrequentie zo sterk?
Omdat de halfwaardetijd verschilt met een factor van ongeveer driehonderd. De DAC-variant houdt de blootstelling dagen vast, de variant zonder DAC slechts een half uur.
Verdwijnt de natuurlijke GH-pulsatiliteit onder de DAC-variant?
In het onderzoek van Ionescu en Frohman bleef de pulsatiele secretie bestaan onder continue GHRH-stimulatie, bovenop een verhoogde basisspiegel.
Zijn beide varianten ergens goedgekeurd als geneesmiddel?
Nee. Geen van beide varianten is goedgekeurd door EMA, NVWA of FDA; ze worden uitsluitend geleverd voor laboratoriumonderzoek.
Meer lezen & onderzoeken bij Peplife
- CJC-1295 met DAC onderzoeken bij Peplife
- CJC-1295 zonder DAC onderzoeken bij Peplife
- CJC-1295 en ipamorelin blend
- Bekijk alle GH-as-peptiden
- CJC-1295: onderzoek naar het GHRH-analoog
- Ipamorelin vs CJC-1295 vs sermorelin
- Sermorelin: onderzoek naar het korte GHRH-fragment
- Tesamorelin: onderzoek naar het gestabiliseerde analoog
Bronnen: Teichman et al. 2006, J Clin Endocrinol Metab · Ionescu & Frohman 2006, pulsatiele GH-secretie · PubChem: CJC-1295 (CID 91971820) · PubChem: CJC-1295 zonder DAC (CID 91976842)
Research Use Only. Alle producten worden uitsluitend geleverd voor in-vitro laboratoriumonderzoek. Niet bestemd voor diagnostisch of therapeutisch gebruik bij mensen of dieren, en niet goedgekeurd door EMA, NVWA of FDA.
Beide GHRH-analogen zijn HPLC-getest door een extern laboratorium, met een per-batch verifieerbaar CoA en discrete EU-verzending.